Schatgraven in de psychologie

Schatgraven in de psychologie

Een paar weken geleden was ik op een bijeenkomst met collega psychologen. Een collega vertelde dat hij een cliënt in behandeling had gekregen in de Generalistische Basis GGz, met de vraag om een ongeluk te verwerken dat op het werk had plaatsgevonden. “Maar toen ik even doorvroeg kwam ik er al snel achter dat er nog een dijk van affect-afweer onder zit, dus daar heb ik natuurlijk een behandeling in de Specialistische GGz achteraan gegooid”, voegde hij toe. Van binnen slaakte ik een zucht, terwijl ik me afvroeg of ik hier een discussie over zou beginnen. Ik besloot de verleiding te laten liggen om een collega te bekeren tot mijn visie. Maar in mijn hoofd kriebelde het onbedaarlijk, zonder dat ik de mogelijkheid had om te krabben.

Ik gun mijn cliënten een effectieve behandeling. Een behandeling die enerzijds lang en diepgaand genoeg is om hen vooruit te helpen. En tegelijk kort en toegespitst genoeg om de kans op afhankelijkheid van de behandeling te minimaliseren. Een behandeling die helpt het bos weer te overzien, in plaats van zich kapot te staren op alle bomen. En een behandeling die we zullen afsluiten met de conclusie dat de cliënt vooral zélf verantwoordelijk is geweest voor het succes van de therapie.

Als ik mijn cliënten kortdurend wil behandelen, moet ik om te beginnen accepteren dat mijn cliënt het behandeldoel bepaalt – en niet ik. Want als ik als een hamer naar mijn cliënten kijk, dan vind ik overal spijkers – soms op laag water en soms na een rondje diepzeeduiken in de ondoorzichtige krochten van hun ziel. Sterker nog, ik durf te wedden dat ik ook bij jou, lezer van dit stuk, wel wat kan vinden om als psycholoog aan te werken.

Misschien vermijd je wel te vaak conflicten of misschien doe je dat juist te weinig. Het kan zijn dat je de lat wat aan de hoge kant voor jezelf. Of juist te laag, maar dat heeft dan waarschijnlijk vooral te maken met een nog niet eerder ontdekte faalangst. Wacht even, je bent vrij snel afgeleid? Is er al wel eens gekeken of je misschien ADD hebt? En heb jij niet toch ergens in je jeugd een wat lastigere relatie gehad met één van je ouders? Misschien is er echt helemaal niets bij je te vinden, en persoonlijk vind ik dat verdacht. Iedereen heeft wel wat. Vermoedelijk komt dat doordat je onvoldoende contact maakt met je gevoel en moeten we daar eens naar kijken. Je begrijpt mijn punt.

Nu wil ik niet beweren dat het helemaal nooit zinnig is om verder te kijken dan hetgeen er aan de oppervlakte ligt. Soms worstelen mensen nu eenmaal met klachten, en missen ze de psychologische afstand om te zien waar de oorzaak van het probleem ligt. En soms ligt die oorzaak ook daadwerkelijk dieper en leidt kortdurend werken ook slechts tot kortdurend resultaat. Dan is het prettig wanneer een professional met je mee kan kijken en de vinger op de zere plek legt. Een probleem vind ik het pas worden wanneer we in een archeologische expeditie belanden en daarmee de hulpvraag van onze cliënten uit het oog verliezen. Of onszelf iets te veel ruimte gunnen om te gaan duiden wat ons allemaal opvalt aan de cliënt en gaan voorstellen dit middels behandeling aan te pakken. If it ain’t broke, don’t fix it, zeggen we in de oplossingsgerichte psychologie. En niet voor niets.

Want we vergeten soms dat onze cliënten ons op het gebied van hun psyche wel zien als autoriteiten. Ik vermoed dat het mede door tv-programma’s en films komt dat bij sommige mensen het absurde beeld bestaat dat psychologen door mensen ‘heen’ kunnen kijken, gedachten kunnen lezen of altijd de perfecte duidingen maken. Dus nemen onze cliënten datgene wat wij aandragen vaak uiterst serieus, als al niet voor een onweerlegbare waarheid. Wanneer wij iets als een probleem definiëren, gaan de meeste van onze cliënten daar in mee. Zelfs wanneer we het tentatief formuleren, als een vraag of hypothese. Voor je het weet is de cliënt ervan overtuigd een paar problemen rijker te zijn, zo niet een diagnose of drie.

De kunst is om niet naar je cliënt te kijken met de bril die zich afvraagt wat er allemaal mis met hem is. Maar met de vraag waarom juist déze cliënt, juist nú vastgelopen. En wat hij nodig heeft om weer vooruit te komen. Want deze cliënt heeft ook zonder mijn hulp al jarenlang gefunctioneerd, en ik ben ervan overtuigd dat hij dat na deze behandeling ook jarenlang zal kunnen. Te geloven dat een hulpvraag gelijkstaat aan een mandaat om iemand binnenstebuiten te keren is een vorm van top-down kijken die niet past bij de versterkende manier waarop we onze cliënten willen benaderen.

Waarom ik me hier zo druk over maak vraag je me? Goede vraag! Blij dat je hem stelt. Om twee redenen.

De eerste is een behandelinhoudelijke. De cliënt die gelooft dat de waarheid altijd in het oordeel van de psycholoog ligt, zal ook net zo lang in behandeling blijft tot de psycholoog van mening is dat de behandeling klaar is. Bye bye zelfregie, adios krachtgerichte aanpak, welkom probleemgerichte gesprekken en met wat pech ook de nodige therapieafhankelijkheid. De situatie waarin de cliënt van sessie naar sessie leeft, tijdens het gesprek afwachtend en onderuitgezakt klachtbeschrijvingen geeft en afwacht welke briljante interventies de therapeut bedenkt om volledige klachtenabsentie te bereiken. Zie die cliënt nog maar eens gedraaid te krijgen in de richting waarin hij zijn leven naar maximale waarde inricht – ongeacht de hindernissen die psychische klachten soms voor hem zullen vormen.

De tweede reden is de maatschappelijke kant van het verhaal. Want hoe kunnen we als beroepsgroep blijven roepen dat we de wachtlijsten in de GGz zo verafschuwen, wanneer we niet eens kritisch durven kijken naar onze eigen rol hierin? De geestelijke gezondheidszorg slibt langzaam maar zeker dicht. Dat komt door een combinatie van factoren die te complex is om te simplificeren. Maar ik ben ervan overtuigd dat de wijze waarop we onze behandelingen inrichten, er daar een van is. Want hoewel ik zeker vind dat er mensen bestaan die een langdurende, inzichtgevende behandeling nodig hebben en daar beter bij gebaat zijn dan een kortdurende behandeling, zijn er ook genoeg cliënten in de GGz die die aanpak niet nodig hadden gehad en hem toch kregen. Die langer en probleemgerichter behandeld werden dan nodig was. En in dat proces uit het oog verloren waar hun persoonlijke kracht lag wat hen goed afgaat – ondanks alle tegenslagen die het leven hen toewierp. Terwijl een ander ondertussen wachtte op de juiste zorg.

SchDe bottom line? Elke psycholoog herkent de neiging om bij tijd en wijle te zoeken naar spijkers. Slechte intenties? Integendeel. Betrokken en bevlogen hulpverleners die hun cliënten niets tekort willen doen door een op te lossen probleem over het hoofd te zien. Maar vergeet niet dat ‘meer’ soms echt ‘minder’ is. Ga op die handen zitten, en luister goed naar de hulpvraag van de cliënt. Hij is een therapeut in opleiding, die aan het leren is hoe hij zichzelf de rest van zijn leven kan helpen. Geef hem het vertrouwen dat hij weet te benoemen waar zijn probleem ligt en maak de behandeling niet langer dan nodig is. Want er wachten nog genoeg cliënten op jouw zorg en betrokkenheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.